Tijdens
mijn werk als instructeur wordt mij vaak advies gevraagd over een eventueel aan te
schaffen toestel en dan merk ik dat veel piloten bang zijn om een echt prestatietoestel te
kopen. Ik heb naar aanleiding daarvan met een aantal mensen over dat probleem gesproken en
mijn verbazing groeide alleen nog maar meer. Het werd mij duidelijk dat er, zelfs onder
ervaren piloten, een soort angst heerst om op een echt prestatietoestel te vliegen. Het
misverstand waar het hier om gaat is het vlieggedrag en vooral het gedrag bij de landing.
Men denkt blijkbaar dat perstatietoestellen moeilijk te landen zijn. Welnu, ik heb goed
nieuws: Dit is baarlijke nonsens!
Prestatietoestellen van tegenwoordig zijn net zo makkelijk te landen als de eerste de
beste intermediate, vooropgesteld dat je doet wat je moet doen. Nu hoor ik je zeggen:
"Allicht, als je het goed doet is alles makkelijk." Maar ik zal uitleggen wat je
moet doen.
Waar
veel mensen bang voor zijn is om te vroeg uit te duwen en dus omhoog te stuiteren, waarna
een ongemakkelijke landing (lees crash) niet meer te vermijden is. Die angst is op zich
niet ongegrond. Prestatietoestellen zijn erop gebouwd om zoveel mogelijk energie te
behouden en kinetische energie weer om te zetten in hoogte. Als je dus te vroeg uitduwt
zal je (veel meer dan met pakweg een enkeldoeker) weer omhoog schieten. Het is dus zaak om
het juiste moment te kiezen en dat is veel makkelijker dan je zou denken. De volgende
techniek zou je eigenlijk bij elk toestel moeten toepassen.

Stel
je even de polaire van een willekeurig toestel voor met daarop de volgende punten
aangetekend: Min-Sink (de top van de grafiek), Trimsnelheid (ietsje sneller dan Min-Sink),
Max L/D (nog iets sneller) en "Flink hard" (nog wat sneller). Een goede landing
bij weinig tot geen wind gaat zo:
1
- Snelheid maken.
Je
komt uit je laatste bocht en gaat "Flink hard" vliegen. Begin hiermee niet te
laat (en te laag), want elk toestel heeft tijd nodig om snelheid op te bouwen en die
snelheid heb je nodig om straks je vertikale snelheid tijdelijk te kunnen compenseren.
2 - Afvangen.
Bij de grond gekomen zet je de extra snelheid zo geleidelijk om in "hoogte" dat
je daarmee tijdelijk je daalsnelheid volledig compenseert. Je voelt de druk op je handen
steeds minder worden en vliegt dus tijdelijk parallel aan de grond.
Dat
laatste kan je niet eeuwig volhouden. Zonder ingreep stopt die compensatie als je je
trimsnelheid hebt bereikt. Dat merk je heel duidelijk omdat je het toestel dan bijna met
losse handen vliegt. Dat is het moment om je handen om te pakken tot ongeveer
schouderhoogte.
4 - Uitduwen (1e fase).
Tot
zover doen de meesten het goed, maar dan duwen velen meteen knalhard uit omdat hen dat zo
is geleerd. Maar je vloog nog op Trimsnelheid en dus zal het beetje snelheid tussen Trim
en Min-Sink ook in hoogte worden omgezet. Met een enkeldoeker kan dat niet zoveel kwaad,
want het zal niet zoveel zijn. Maar een prestatietoestel zal uit dat beetje extra snelheid
toch aanzienlijk omhoog kunnen schieten. En nu komt het truukje. Je moet je toestel dus
ietsje helpen om nog meer (en geleidelijk) af te vangen tot op Min-Sink. Dat betekent dus
rustig beginnen met duwen. Ongeveer in hetzelfde tempo als het toestel tijdens het
afvangen vertraagde.
5 - Uitduwen (2e fase).
Die eerste fase duurt natuurlijk niet lang, maar hij moet er wel zijn. Vlieg je eenmaal op
Min-Sink dan kan je knalhard doorduwen, want omhoog is niet meer mogelijk. Min-Sink is
namelijk (de term zegt het al) die snelheid waarbij er geen enkele manoeuvre mogelijk is
om nog minder te zinken (laat staan omhoog te gaan). Met andere woorden: je kunt duwen en
trekken tot je een ons weegt, hij gaan niet meer omhoog. OK, dat wilde je juist. Het enige
effect dat knalhard uitduwen in dit stadium heeft is dat je horizontale snelheid tot
vrijwel nul wordt afgeremd. Ook dat wilde je graag. En vertikale snelheid had je (nog)
niet, dus kom je boterzacht op je voetjes neer. Mooi zo!
Veel
mensen willen het zekere voor het onzekere nemen en wachten bij punt 4 of 5 te lang. Bij
punt 4 heeft dat geen zin, want uit zichzelf zal het toestel niet langzamer gaan vliegen.
En bij punt 5 ook niet omdat in beide gevallen het toestel weer een normaal glijpad zal
willen gaan volgen, alleen gaat dat niet want waar het heen wil is de grond. Bovendien is
de horizontale snelheid (en ditmaal bedoel ik t.o.v. de grond) er nog niet helemaal uit.
Daardoor zal een nose-in of in het gunstigste geval een plof op de buik het gevolg zijn.
Omdat dat laatste alleen pijn doet aan je ego wordt het door de meesten verkozen boven het
gevreesde omhoog stuiteren. Velen hebben dit als de normale manier van landen geadopteerd.
Niet fraai, maar meestal schadevrij.
Dat
een prestatietoestel makkelijk te landen is wil niet zeggen dat ik vind dat ook
iedereen er maar een moet vliegen. Dit soort toestellen kan in verkeerde handen
levensgevaarlijk zijn. Dat komt omdat beginnende piloten nog niet kunnen
vertrouwen op hun reflexen. Als je bijvoorbeeld topsnelheid vliegt met een
enkeldoeker ga je hooguit 70 km/uur en dan krijg je al snel lamme armen. Met
mijn Laminar 14 ST MRX700 heb ik ruim 140 km/uur gevlogen. Dat is gevaarlijk
makkelijk. Als de lucht (soms) rare dingen met je doet en je reageert verkeerd
(daarover later meer) dan is een eenvoudig toestel vergevingsgezinder dan een
prestatietoestel. Wees gewaarschuwd.
Ik
hoop dat ik hiermee een wijdverbreid misverstand uit de weg heb helpen ruimen.
TIP ! Overigens bied ik mijn Laminar 14 ST te koop aan. Misschien is dat iets voor jou.
Mooie
landingen toegewenst.
Frans Icke.
Naar Homepage Frans Icke
Laatst
bijgewerkt op 30-01-2005